
KMO's, gevestigd in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, die een beroep doen op een extern organisme voor een opleiding, kunnen in het kader van de Brusselse wetgeving inzake steun aan ondernemingen een subsidie bekomen.
Gewestelijk
Deze steunmaatregel is bestemd voor zelfstandigen, micro-, kleine en middelgrote ondernemingen die een economische activiteit uitoefenen op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, voor zover ze tot de toegelaten sectoren behoren.
Om de grootte van een onderneming te bepalen dient men rekening te houden met drie factoren:
| Categorie* |
Voltijdse equivalente werknemers (VTE) |
Omzet of balanstotaal** |
|
| OMZET |
BALANSTOTAAL |
||
| Micro-onderneming |
< 10 |
≤ 2 miljoen € |
≤ 2 miljoen € |
| Kleine onderneming |
< 50 |
≤ 10 miljoen € |
≤ 10 miljoen € |
| Middelgrote onderneming |
< 250 |
≤ 50 miljoen € |
≤ 43 miljoen € |
* Om van de ene categorie naar een andere over te gaan, dient één van de drempels overschreden te zijn gedurende twee boekjaren.
**De onderneming mag zelf bepalen welke drempel in aanmerking wordt genomen (omzet of balanstotaal).
Opgelet: indien de onderneming, zelfs gedeeltelijk (25% of meer) tot een groep behoort, zal daar rekening mee gehouden worden om de reële omvang te bepalen. Hetzelfde geldt indien de onderneming aandelen van een andere firma in handen heeft of stemrecht in andere bedrijven heeft.
We onderscheiden dus drie types van ondernemingen:
Zelfstandige onderneming
Een onderneming is zelfstandig als:
Als een onderneming zelfstandig is, wil dat zeggen dat ze geen partner heeft en niet verbonden is met een andere onderneming
Partneronderneming
Bij dit soort relatie gaan ondernemingen een significant financieel partnerschap aan met andere ondernemingen zonder dat één ervan effectief directe of indirecte zeggenschap heeft over de andere. Partnerondernemingen zijn niet zelfstandig en ook niet met elkaar verbonden.
Een onderneming is een partneronderneming als:
Verbonden onderneming
Bij dit soort relatie vormen ondernemingen een groep omdat een onderneming directe of indirecte zeggenschap heeft over een meerderheid van de stemrechten van een andere of omdat zij een overheersende invloed kan uitoefenen op een andere onderneming. Dit type komt dus minder vaak voor dan de vorige twee types.
Twee of meer ondernemingen zijn verbonden als zij een van de volgende relaties hebben:
Een typisch voorbeeld van een verbonden onderneming is de volle dochteronderneming.
De externe maatschappijen, organisaties, instellingen of groeperingen die tussenbeide komen voor de vormingsacties moeten aan de volgende vier voorwaarden beantwoorden:
Het minimum aanvaardbaar bedrag van de vorming is 1.000€
Volgende sectoren zijn uitgesloten van de tegemoetkoming:
Het aantal ingediende vormingsacties is beperkt tot drie per kalenderjaar.
Een subsidie van 50% kan bekomen worden zowel voor collectieve vormingsacties als taalopleidingen.
Het gaat om opleidingen verwezenlijkt door externe organisaties. Ze moeten van een uitzonderlijke of dringende aard zijn en de verbetering beogen van de werking of de concurrentiekracht van de onderneming, met uitsluiting van de vraagstukken van dagelijks, gewoonlijk of recurrent beheer van de onderneming. De vormingen voor de basiskennis gebonden aan de activiteit van de onderneming worden uitgesloten.
De maximale tussenkomst bedraagt 5.000 €.
Noteer dat het bedrijf evenmin van deze steun kan genieten indien de vorming voortvloeit uit een investering (bijvoorbeeld de aankoop van een machine).
Algemeen komen kosten voor verblijf, verplaatsingen en maaltijden evenmin in aanmerking.
De aanvraag moet ingediend worden binnen de 30 kalenderdagen, te tellen van de startdatum van de opleiding. De aanvraag omvat:
Het gaat om de “de minimis” steun die u gedurende het betreffende en de twee voorafgaande belastingsjaren ontving van eender welke subsidiërende overheid. Het “de minimis”-karakter van een steun wordt vermeld op het document dat de steun toekent.
Bron : www.premieskmo.be